14 november 2017

‘Flip’ van Marjan Berk

Oude mensen als hoofdpersoon van een boek zijn populair. Zo kennen we allemaal Hendrik Groen, inmiddels ook al als serie op tv, de Honderdjarige die uit het raam klom en zo zijn er nog wel wat te noemen.  Daar komt nu Duifje bij.  Duifje is ruim tachtig, woont in de Weerribben in de Kop van Overijssel, is weduwe en sjouwt al twintig jaar met haar overleden man Flip rond. Zijn as zit in een cocktailshaker, makkelijk om mee te nemen. Hele gesprekken houdt ze met hem, alle daagse en niet zo alledaagse zaken bespreekt Duifje met haar Flip. Het was Flip die haar ooit meenam naar de Weerribben en nu zit ze daar met haar reumatische lijf in het moeras van Nederland.  Duifje wil wel eens wat anders.

Pluk de Dag
Daarom bestelt ze bij Pluk de Dag, een stichting waar je voor 25 euro per uur iemand kan bestellen die je gezelschap houdt, een heer. Tjibbe is de heer in kwestie, vanuit Amsterdam maakt hij de rit naar het Overijsselse. Niet dat hij erg geïnteresseerd is in Duifje, hij heeft vooral belangstelling voor haar tuin en voor haar buurvrouw Rika.  Duifje gaat doen waar zij haar zinnen op heeft gezet, een weekje naar Amsterdam, de stad waar ze zoveel van houdt, dat zal haar zeker opbeuren.  Maar alles is anders dan ze zich had voorgesteld,  bij terugkomst wacht haar een onaangename verrassing en tot overmaat van ramp staat de brandweer voor haar deur. Gelukkig is er buurvrouw Rika, haar steun en toeverlaat in bange en boze dagen.

Kop van Overijssel

Marjan Berk [1932] heeft al tientallen titels op haar naam. Romans, kinderboeken, televisieseries, cabaret, columns, als schrijver is ze zeer veelzijdig. Haar carrière begon ze als actrice, werkte mee aan cabaretprogramma’s, tegenwoordig schrijft ze wekelijks voor de rubriek Oldskool in het & magazine van AD en Stentor.  ‘Flip’ is een verhaal in de typische Berkstijl. Luchtig, licht laconiek, met veel zelfspot en in een korte bondige stijl is ‘Flip’ een humoristisch verhaal over een sombere periode in het leven van hoofdpersoon Duifje.  

7 november 2017

‘De man die zijn sporen wiste’ van Val McDermid

Karen Pirie is rechercheur bij de Schotse politie. Een half jaar geleden is haar partner en collega Phil Parhatka om het leven gekomen, de impact op haar leven is nog immens. Slapen gaat moeilijk, vele nachtelijke uren zwerft ze door de stad, het geeft haar afleiding en ze ontmoet anderen die ook een nachtleven leiden. Op het werk, ze is hoofd van de afdeling Historische Zaken, krijgt ze bijzondere informatie over een cold case. Een stel tieners heeft het weekend ervoor een auto-ongeluk gehad, drie van de vier zijn om het leven gekomen, de chauffeur heeft het echter overleefd. Omdat duidelijk was dat hij gedronken had werd bij hem  bloed afgenomen. En uit de uitslag blijkt dat het DNA van de jonge bestuurder gelinkt is aan DNA dat twintig jaar eerder op een slachtoffer van een lustmoord gevonden is.

Lustmoord
Samen met de jonge, nog onervaren rechercheur Jimmy pakt Karen de zaak op. Niets lijkt een snelle oplossing in de weg te staan: een mannelijk familielid van de chauffeur, de vader of een oom, moet bij de lustmoord betrokken zijn geweest. Maar er is een complicerende factor,  de jonge chauffeur was geadopteerd en zijn adoptieouders weigeren de geboortepapieren aan de politie te overhandigen.  Alleen een gang naar de rechtbank kan hen verder op weg helpen.  Als in dezelfde tijd een autistische man doodgeschoten aangetroffen wordt  en hij de zoon blijkt te zijn van een vrouw die meer dan twintig jaar geleden bij een aanslag van de IRA om het leven kwam, is er volgens Karen een oorzakelijk verband tussen de aanslag en de moord.  Knoeiwerk van collega’s en een doofpot  brengen haar in conflict met haar meerderen die haar graag zouden zien struikelen over deze gecompliceerde zaken.

Sympathiek

Met dertig titels op haar naam is Val McDermid een zeer ervaren thrillerauteur, haar boeken zijn ongemeen spannend.  Dit is haar derde boek met Karen Pirie in de hoofdrol.  Een sympathieke en zeer menselijke vrouw,  niet bang uitgevallen, met gevoel voor humor, ze voldoet aan alle verwachtingen van een vrouwelijke superspeurder. ‘De man die zijn sporen wiste’ is dan ook een heerlijk boek om in één adem uit te lezen. 

31 oktober 2017

‘Idaho’ van Emily Ruskovich

Ann en Wade zijn acht jaar getrouwd. Zij is achtendertig, hij vijftig. Het is haar eerste huwelijk, zijn tweede. Wade was hiervoor getrouwd met Jenny met wie hij twee kinderen had.  Het eerste huwelijk is met geheimzinnigheid omgeven, de twee dochters zijn uit beeld en ook over Jenny wil Wade niet praten.  In hun huis, ze wonen op een zeer geïsoleerde plek boven in de bergen van Idaho,  is Ann voortdurend op zoek naar sporen van Jenny.  Dat  wordt  er niet makkelijker op als blijkt dat  Wade een agressieve mentale aandoening heeft en daardoor steeds meer vergeet. In zijn agressieve buien mishandelt hij Ann, ondanks dat blijft ze van hem houden.

Gewelddadig
Toch krijgt Ann langzaam maar zeker meer inzicht in wat er voorgevallen is. Een gewelddadige gebeurtenis heeft het gezin van Wade verscheurd. Jenny zit een langdurige straf uit in de gevangenis, de meisjes zijn van het toneel verdwenen. Hoe heeft het zover kunnen komen?  Kan Ann na al die jaren nog klaarheid brengen? Komt er nog een levensteken van één van de meisjes? Hoe loopt het met Wade af?  En kan Ann verder met haar leven als de waarheid boven tafel komt?

Minutieus

‘Idaho’ is een ijzersterk debuut van de Amerikaanse Emily Ruskovich.  Met Ann  als hoofdpersoon en de andere romanfiguren als medevertellers van het verhaal, dat bovendien in verschillende tijdperiodes speelt, heeft ze een complex en minutieus geschreven roman afgeleverd.  De prachtige natuurbeschrijvingen, de natuur van Idaho speelt een hoofdrol in het boek,  de uitgesponnen gedachten, de uitgebreid beschreven handelingen, je ziet het allemaal voor je gebeuren. Een familieroman over verlies, verdriet, schuld, vergiffenis en liefde dat leest als een detective. Ruskovich publiceerde eerder korte verhalen en won daarmee een belangrijke Amerikaanse literatuurprijs. 

24 oktober 2017

‘Donkere wegen’ van Ruth Rendell

Na het overlijden van zijn vader erft Carl Martin het ouderlijk huis. Zijn ouders zijn lang geleden gescheiden, zijn moeder bewoont inmiddels een huis in Camden.  Het ouderlijk huis staat in de Londense wijk Maida Vale, een zeer gewilde wijk, de huizenprijzen zijn hoog en huurders staan in de rij om de bovenverdieping van Carls huis te betrekken.  Carl heeft in no time een huurder, de saaie droogstoppel Dermot, die trouw elke maand 1200 pond afdraagt. 

Dodelijke afslankpillen
Carls vader had de wat vreemde gewoonte allerlei homeopathische middelen te verzamelen, gebruiken deed hij ze echter zelden. Er is daarom nog een flinke voorraad van allerlei soorten pillen  in de badkamer aanwezig en Carl is te lui om de handel op te ruimen. Bovendien is hij als beginnend auteur veel te druk  met zijn eerste roman.  Zijn oude vriendin Stacey die een carrière als actrice heeft opgebouwd, ze speelt nu  een hoofdrol in een bekende soapserie, doet een beroep op hem.  Ze is bezig haar mooie figuur te verliezen en wil dringend een afslankmiddel. En laat Carl nu in zijn voorraad pillen een probaat middel hebben. Hij verkoopt Stacey een vijftigtal capsules, een paar dagen later is ze dood.  Niemand legt het verband tussen hem en Stacey, tenminste dat denkt Carl. Maar hij heeft buiten zijn huurder Dermot gerekend, die denkt een mooi slaatje uit de hele toestand te slaan. Carl belandt in een nachtmerrie van gebeurtenissen, niets of niemand lijkt hem nog te kunnen redden. 

Afschuwelijke impulsen

Ruth Rendell is een ware meester in het schrijven van suspense.  Een ogenschijnlijk klein voorval gaat via vermoedens, verdenkingen en beschuldigingen al snel richting moord en doodslag.  Rendell zegt in een interview in 2005 dat ze zich prima in kan leven in mensen die door afschuwelijke impulsen worden gedreven.  ‘Donkere wegen’ is hiervan het harde bewijs, ondanks de gruwelijk gebeurtenissen krijg je toch bijna medelijden met de hoofdpersonen. En dat is precies het effect dat Rendell beoogt.  

17 oktober 2017

‘De valkunstenaar’ van Coen Peppelenbos

Bas Jan zit in zijn eindexamenjaar van de middelbare school. Hij wil een opleiding aan de kunstacademie in Den Haag gaan doen.  Hij wil kunstenaar worden, valkunstenaar. Op de basisschool, waar hij het mikpunt was van spot en pesterij, heeft hij per ongeluk een keer een val gemaakt. Dat leverde hem andere aandacht van zijn medeleerlingen, zelfs van de meisjes op. Hij gaat steeds meer lezen over valtechnieken, past ze toe in de klas, in de gang op het schoolplein.  Langzamerhand groeit zijn populariteit, het doet hem goed.

Gesjeesde goochelaar
Opgegroeid in Oud-Heeten, een dorp in het hart van Salland, als zoon van een gesjeesde goochelaar en een flamboyante moeder,  ligt hij niet zo goed bij de plaatselijke bevolking.  Samen met zijn zusje zorgt hij voor zijn inmiddels dementerende vader, zijn moeder heeft hen lang geleden al verlaten. Om toelating te kunnen doen voor de academie moet hij  naar Den Haag, de stad waar zijn vader is opgegroeid.  Er woont nog een broer van vader, met zijn vader in een kar achter de fiets, zijn zusje achterop en de hond al dravend naast hen, vertrekken ze richting het westen. Op weg naar een nieuwe toekomst. Tenminste als al zijn plannen lukken en hij door de selectie van de academie komt.

Salland

Coen Peppelenbos [ 1964] is geboren in Raalte, woont nu in Groningen en geeft les aan de lerarenopleiding in Leeuwarden.  Hij schrijft romans, gedichten, columns, is boekrecensent en hoofdredacteur van de literaire website Tzum. In zijn romans refereert hij graag aan zijn geboortegrond. Zo speelt ‘De valkunstenaar’ voor een groot deel in het fictieve Oud- Heeten, zijn eerdere roman ‘Victorie’ speelt zich deels  af op landgoed ‘Het Nijenhuis’ in Wijhe. Peppelenbos schrijft met veel humor, fijntjes beschrijft hij de ontwikkeling van Bas Jan, zijn gedachtegang, zijn ontluikende seksualiteit. ‘De valkunstenaar’ leest prettig en is zeker ook een aanrader voor de lijst Nederlands op Havo/VWO. 

10 oktober 2017

‘Naar het noorden’ van Koos Meinderts

Vorige week dinsdag is de Gouden Griffel voor het beste kinderboek 2017 uitgereikt aan Koos Meinderts. Hij ontving de prijs voor het ontroerende oorlogsverhaal ‘Naar het noorden’ waarin hij de hongerwinter van 1944 – 1945 door de ogen van de elfjarige Jaap tot leven laat komen.  Jaap is met zijn grote zus Nel en jongere broertje Kleine Kees als bleekneusje  samen met een grote groep andere kinderen vanuit Noord Holland naar Friesland gestuurd. In Noord Holland is er nauwelijks nog iets te eten, de kinderen zijn zo ondervoed dat zij naar de wat beter bedeelde provincies in het noorden en oosten worden gestuurd.  Met een binnenvaartschip, de luiken gesloten, wordt de oversteek naar Friesland gemaakt.

Familie Schut
Daar aangekomen worden Nel, Jaap en Kleine Kees over verschillende families verdeeld. Jaap komt bij het streng gereformeerde echtpaar Schut terecht. Niets is meer zoals het thuis was, op school wordt Jaap bovendien gepest door een buurjongen die hem maar een uitslover vindt. De ruzie loopt zo hoog op dat Jaap wegloopt om zijn zus Nel op te zoeken.  Bij Nel thuis vindt hij een luisterend oor, en dat niet alleen, er is een brief van zijn moeder. Jaap krijgt wat meer vertrouwen en als hij terug naar de familie Schut gaat, beseft hij dat deze op het oog kille mensen toch veel om hem geven.  Als de lente aanbreekt komen de bevrijders naar het dorp. De kinderen kunnen terug naar hun ouders, maar ook daar moet ieder weer zijn eigen plek veroveren. Want zoals het vroeger was, zo zal het nooit meer zijn.

Oorlogstijd

‘Naar het noorden’ is een ingetogen geschreven oorlogsverhaal. Koos Meinderts hoorde de grote trekken van het verhaal in een aflevering van de door NPO uitgezonden geschiedenisreeks 'Andere tijden'. Vervolgens heeft Meinderts zich grondig gedocumenteerd. Deze ingrediënten geven een schitterend verhaal over een jongen die opgroeit in de oorlog, een verhaal dat je pakt en niet snel vergeten zal worden. Het boek is geschikt voor lezers vanaf tien jaar. Veel volwassenen zullen het boek ook met veel interesse lezen, zeker als ze zelf nog de verhalen uit de oorlogstijd kennen of herkennen. 

3 oktober 2017

‘Hoe ik talent voor het leven kreeg’ van Rodaan al Galidi

Rodaan al Galidi was al een aantal jaren in Nederland toen een man hem de serieuze vraag stelde hoe zijn leven in de asielzoekerscentra in Nederland was verlopen.  Beleefd antwoordde Rodaan dat hij het daar niet over wilde hebben.  Maar de man hield aan en vroeg Rodaan één situatie te noemen.  De man kreeg Rodaan zelfs zover dat hij elke maand een mail stuurde met daarin een nieuwe belevenis uit zijn zwerftocht langs de centra.  Langzaam maar zeker ontvouwde zich het verhaal van Semmier Kariem, het alterego van Rodaan. Tweeënhalf jaar schreef Rodaan zijn mails, langzaam regen de verhalen als een kralenketting aaneen tot een roman.  Een roman waarin het wachten centraal staat, een roman over mensen die zijn onderworpen aan regels en wetten.

Paspoort
Semmier Kariem is al zeven jaar weg uit Irak, gevlucht naar Thailand en andere Aziatische landen, als hij eindelijk vanuit Vietnam in Nederland aankomt. Zorgvuldig verscheurt hij op Schiphol zijn papieren en vervalste paspoort, na urenlang rondhangen op het vliegveld wordt hij aangehouden en in detentie gezet. Het Opvangcentrum in Haarlem is het eerste station van zijn reis langs de asielzoekerscentra. Kort daarna verblijft hij op een vakantieboerderij in Veenhuizen, hij leert er zijn eerste Nederlandse woorden. Wat daarna volgt is een ontmoeting met een stoet aan mensen, mede-asielzoekers, ambtenaren in alle soorten en maten, goed- en kwaadwillende Nederlanders.  

Ontmoeting in Ommen

Rodaan al Galidi komt dinsdag 17 oktober in Ommen vertellen over zijn leven en zijn ontmoetingen. Met veel gevoel voor humor bekijkt hij het regelzuchtige Nederland en  houdt de toehoorders een spiegel voor, zoals hij dat ook in zijn pittige en soms in staccatostijl geschreven roman doet.  De ontmoeting met Rodaan al Galidi is in Theater Carrousel, aanvang 20.15 uur.